Oude satelietschotels lijken aantrekkelijk om
solar kookapparaten van te maken.
Ze hebben een heel precies brandpunt, waardoor je temperaturen kan bereiken van honderden graden C. Hoewel je daarmee een leuke demonstratie kan geven (metaal smelten bv), kan die eigenschap toch, culinair, een nadeel zijn (zoals je, verderop hieronder, kunt lezen).
Ze hebben een heel precies brandpunt, waardoor je temperaturen kan bereiken van honderden graden C. Hoewel je daarmee een leuke demonstratie kan geven (metaal smelten bv), kan die eigenschap toch, culinair, een nadeel zijn (zoals je, verderop hieronder, kunt lezen).
Een ander nadeel is dat de
satelietschotels zo in elkaar zitten, dat het brandpunt meedraait, wanneer de schotel (verticaal) wordt bijgesteld, in het richten op de zon. Bij een sateliet-tv-ontvanger is dat niet erg. Maar
als de 'ontvanger' een pannetje soep is, wil men die horizontaal
houden.
Deze barbecue is een experimentele
oplossing voor dit laatste probleem. Daarmee wordt ook een beetje duidelijk,
hoe laagdrempelig dit soort technologie is: een beetje
'boerenverstand' is vaak genoeg om oplossingen te verzinnen (voor
zover je die niet op internet kan vinden).
Het idee achter deze experimentele
constructie is namelijk gebaseerd op een jeugdervaring, waarbij het
opviel dat bij het instorten van een boekenrekje, waar het verband
uit was gehaald, de verticale planken keurig parallel omvielen; en de
horizontale planken vrijwel waterpas naar beneden kwamen.
Bij deze barbecue wordt de lijn tussen
het draaipunt van de satelietschotel en het brandpunt als een staande
plank van het boekenrek beschouwd. Door een parallele 'staande plank'
toe te voegen zou de houder voor het te verwarmen object (bv een pan)
horizontaal blijven, als de schotel in een andere hoek wordt
geplaatst (om op de zon gericht te blijven).
De gebruikte satelietschotel heeft een
oppervlakte, die genoeg vermogen zou moeten opleveren
om goed te kunnen bbq'en. Tijdens het beplakken met reflecterende
folie werd pas zichtbaar, dat er enkele flinke deuken in de schotel
zitten. Daardoor is er niet een scherp brandpunt.dat is niet heel erg. We willen tenslotte
eten bereiden; en in de metalen pannen waarin we dat doen, willen we
geen gaten smelten.
Zelfs op een emaille braadslede heeft deze bbq bubbeltjes veroorzaakt, aan beide kanten.
Gebruik dus nooit dunne pannen met anti-aanbaklaag, in combinatie met nauwkeurige parabolen zoals satelietschotels. Bij meer conventionele kooktechnieken, en allerlei andere solarkoken methodes, worden nooit zulke hoge temperaturen bereikt; zodat teflon geen bezwaar is (of zelfs gunstig, door de absorberende kleur). Bij grote satelietschotels maakt de kleur van de kookpan minder uit. Misschien zou bijv. RVS, juist omdat het niet zwart is, de warmte wel beter verdelen.
Er zijn garnalen en worstjes gebakken,
popcorn gepoft (190C); maar moeizaam, omdat het plaatselijk heel heet
wordt; en daarbuiten nauwelijks. Eten moet dus voortdurend in beweging gehouden
worden bij het bakken. En nooit een lege pan op het 'vuur' (=licht) zetten. Dikkere kookpannen (bv van gietijzer) werken
iets beter, dan de braadsledes, waarvoor deze constructie eigenlijk is gemaakt.
Maar, ook op een gietijzeren poffertjespan zijn verschillen in temperatuur op verschillende plekken van zo'n 200C gemeten. Poffertjes bakken kun je dan wel vergeten, hebben we geleerd van een prof; die zijn vaardigheid op een andere parabool (de LD-150) heeft beproefd (waar zich het zelfde probleem voordeed).
We komen nog een steengrill-steen tegen, in de hoop dat deze de warmte beter kan verdelen. Dat scheelt maar weinig. Er blijft een (te kleine) hete plek (heet genoeg om leuk te steengrillen, op die plek tenminste). en aan de zijkant blijft de steen onder de 50C. Er ontstaan ook barsten in de steen, maar deze is (nog) niet in stukken gebroken. Met veel beweging, werden lamsbiefstukjes succesvol ontdooid, en gegrilld.

En popcorn gepoft. Door de glazen schaal heen en weer te schuiven, kwamen de korrels vaker over een plek, die heet genoeg was(190C) om ze te laten poffen.
Als warmteverdeler voor de energie van een parabool, voegt de grillsteen weinig toe. Integendeel: de steen lijkt evenmin bestand te zijn tegen de grote, interne temperatuurverschillen.
Als buffer / opslag van warmte bleek hij in een ander soort solar kooktoestel goed te werken. Het steengrillen is gedaan op een wolkeloze dag; maar mogelijk zou de steen wel een meerwaarde hebben, bv bij afwisselend zon en wolken. Juist paraboolkokers zijn dan afwisselend alles of niets. Mogelijk kan de steen dan pieken en dalen opvangen, en voor een werkbaar constante temperatuur zorgen.
Behalve voor roerbakken, lijkt deze bbq vooral geschikt voor het koken van flinke massa's, zoals soep. In een pan water of soep ontstaat circulatie; wat de warmte beter verdeelt, over een grotere massa.
Maar, ook op een gietijzeren poffertjespan zijn verschillen in temperatuur op verschillende plekken van zo'n 200C gemeten. Poffertjes bakken kun je dan wel vergeten, hebben we geleerd van een prof; die zijn vaardigheid op een andere parabool (de LD-150) heeft beproefd (waar zich het zelfde probleem voordeed).

![]() |
onderkant van de grillsteen |
Als warmteverdeler voor de energie van een parabool, voegt de grillsteen weinig toe. Integendeel: de steen lijkt evenmin bestand te zijn tegen de grote, interne temperatuurverschillen.
Als buffer / opslag van warmte bleek hij in een ander soort solar kooktoestel goed te werken. Het steengrillen is gedaan op een wolkeloze dag; maar mogelijk zou de steen wel een meerwaarde hebben, bv bij afwisselend zon en wolken. Juist paraboolkokers zijn dan afwisselend alles of niets. Mogelijk kan de steen dan pieken en dalen opvangen, en voor een werkbaar constante temperatuur zorgen.
Behalve voor roerbakken, lijkt deze bbq vooral geschikt voor het koken van flinke massa's, zoals soep. In een pan water of soep ontstaat circulatie; wat de warmte beter verdeelt, over een grotere massa.
Het bewegingsmechanisme werkt wel naar
verwachting: het 'boekenrekje' stort nog steeds prachtig
georganiseerd in elkaar. Er is ook een ontwerp denkbaar (Met een
waterpas als liggend 'boekenplankje') waarin de pan recht wordt gehouden,
zelfs als de ondergrond waarop het apparaat staat, schuin is.
Conclusies tot nu: de 'power'
imponeert, en het mechanisme werkt naar verwachting. De houder moet aangepast worden op hardware die beter om kan gaan met de beschikbare
'power', dan de rechthoekige braadsledes. Concreet: een ring, voor soeppannen en/of wokken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten